Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

 


                                                                                      THE DUTCH ASSOCIATION OF INTERNATIONAL TIE-COLLECTORS                             1Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.


 


                   

 

ENGELAND, NOG STEEDS MEKKA VAN DE STROPDAS?


 


Het koninkrijk van de Engelse clubtie of "regimental" heeft een naam en adres: Lewin and Sons op het nummer 106 van de Londense Jermyn Street. Sedert precies honderd jaar worden er in deze zaak de beroemde "regimental stripe ties" verkocht, waarvan de kleuren die zijn van militaire korpsen, van universiteiten of van min of meer exclusieve clubs van het vurige Albion.


 


Managing director Christopher McKenna houdt vol dat hij het precieze aantal stropdassen in produktie niet kent. "Vermoedelijk een paar duizenden," gokt hij voorzichtig. "Helaas moeten we heel wat potentiele klanten teleurstellen omdat de regimental alleen verkocht wordt aan wie effectief lid is van de selecte burgelijke of militaire groep die recht heeft op het dragen van het isigne op de jas."


 


In Groot‑Brittannie zou geen enkele authentieke Brit ervan durven dromen een regimental te dragen als hij niet echt zijn dienstplicht had vervuld bij, laat ons zeggen het London Irish Regiment of in een ander geval bijvoorbeeld de lessen had gevolgd aan de toch een beetje sado‑masochistische Harrow-School. Dat heeft niets met het snobisme te maken zoals men  aan de overzijde van het kanaal schijnt te denken. Zo zijn regels gewoon. Op het continent draagt toch ook niemand het Rotary‑kenteken zonder dat hij werkelijk deel uitmaakt van die service‑club?


 


Tot daar wat de theorie betreft. In de praktijk doet McKenna een oogje dicht voor de verzamelaars en weet hij net zo goed als iedereen dat een buitenlander die besloten heeft een  kleinood uit zijn zaak op de kop te tikken (dat is een affaire van tien tot twaalf ponden) zijn toevlucht kan nemen tot de overbekende truc: een Engelse dient zich aan om de das te zoeken onder voorwendsel dat die als cadeau gekocht wordt voor de verjaardag van zijn vader.


 


"De meest zeldzame en exclusieve? Vermoedelijk die van Marylebone een Engelse cricket­club," volgens McKenna in een zwaar understatement. "Ze hebben een wachtlijst van acht jaar en wie dan uiteindelijk bovenaan die lijst geraakt, kan nog gepasseerd worden. Om de waarheid te zeggen, die das van Marylebone is niet uitzonderlijk. In de wandeling wordt de  das aangeduid met "ei en tomaat" omwille van de rood‑gelekleuren. Altijd erg exclusief, maar een stuk verfijnder is de "zalm en komkommer" die voor de zalmroze en komkommergroene  kleuren van de Garrick Club staan. Om te vermijden dat buiten­staanders de hand leggen op hun club‑ties kopen sommige scholen onze hele stock op en houden die zo buiten de handel. Een daad van wantrouwen, die wij alleen verdragen uit respect voor een zekere traditie," aldus McKenna.

 

          Een traditie die als bij toeval ophoudt bij de krijtrotsen


          van Dover. Met smaak, fantasie en de gave voor natuurlijke


          elegantie hebben vooral de Italianen de clubtie beroofd van


          alle symbolische betekenis. Er is natuurlijk altijd wel een


          of andere manager die, meer met medelijden dan echt ontdaan


          het verhaal kan vertellen van een ontmoeting met een oude


          Engelse collega in Rome, die hem onmiddellijk heel familair


          en met veel vriendschap behandelde tot op het ogenblik dat


          hij merkte dat de Europeaan in kwestie niet op King's


          College was geweest, zoals de das hem liet vermoeden.


 


          Los van dit soort typische anekdotes is de clubtie een inter‑


          graal en onbetwist deel van een elegante klassieke herengarde‑


          robe geworden, net zoals andere kledingstukken die oorspronkelijk


          eveneens een andere bestemming hadden.


          De lijst van onrechtmatige "toeeigeningen" is erg lang en be‑


          hoort tot de pekelzonden in de geschiedenis van de kleding.


          Niemand ligt er wakker van dat hij jeans draagt, ook al is hij


          geen authentieke cowboy. Net zo min als iemand zich ongemakkelijk


          voelt in een monty‑coat (duffelcoat) omdat hij niet aan de zijde


          van de beroemde generaal Montgomery heeft gestreden.


          Ruwe witte wollen truien worden ook gedragen door heel veel


          mannen die de visser van de Orkneys slechts van uit de verte


          kennen. Om maar te zwijgen over Schotse tartans, die zowel


          door inwoners van Hoofddorp als door authentieke Schotten


          worden gedragen.


 


          De regimental of clubtie behoort tot de meest veelzijdige onder


          de dassen. Dezelfde gestreepte zijden das, die perfect samen‑


          gaat met een blazer en een strenge flanellen broek, zorgt voor


          een tikje ondeugendheid wanneer hij bij een gebleekt Chambrais


          hemd, fluwelen broek en een licht shetlandjasje gedragen wordt.


 


          Bij een dassententoonstelling, nu 3 jaar geleden, in het


          Milanese Acerbipaleis eiste de "regimental" het leeuwedeel van


          de aandacht op, er was een hele wand mee bekleed.


          Dit symmetrisch zijden delirium van in het totaal van 176 dassen


          was de vrucht van bijna 3 jaar hard werken van de Milanese


          dassenproducent Tino Cosma.


          Cosma heeft immers alle 176 kopieen van Engelse clubties in


          productie genomen. Dat feit is de heren van Lewin and Sons


          overigens bekend. McKenna overlaadt de zijdeproducenten uit


          Como trouwens met lofbetuigingen.


          De Italiaanse produktie maakt het ook niet langer nodig om


          met allerlei listen de selecte zaak in Londen te belegeren om


          zich een mooie "regimental" toe te eigenen.

 

          Elke Italiaanse herenmodezaak kan tegenwoordig clubties


          leveren. Je ziet ze steeds meer. Het is leuk om te weten


          welke kleuren nu precies voor wat staan, en dat verhaal


          krijg je er in Italie bij Cosma bij.


          Zelfs Tino Cosma ontkent niet dat de verborgen aantrekkings‑


          kracht van de "regimental" in feite te maken heeft met de


          militaire oorsprong ervan.


 


          Tino Cosma heeft er een aantal jaren over gedaan om van de


          meeste regimenten het ontstaansverhaal boven water te halen.


          Hij is heel trots daarover en heeft er dan ook veel voor over


          gehad. Catalogi nageplozen, kolonels in ruste ondervraagd


          vlooienmarkten ondersteboven gehaald en geschiedenisboeken


          doorgebladerd.


          Een waar huzarenstukje. Hopelijk zal de heer Cosma zijn


          ervaringen en verhalen in een boekvorm aan de "dassenwereld"


          toevertrouwen.

 

EEN STREEPJE AMERIKAANS OF EEN STREEPJE BRITS??


 


      In Engeland was men er altijd trots op geweest een gestreepte


      regimentsdas te mogen dragen en meer mannen dan ooit hadden


      zich dit voorrecht verworven. Ook de Amerikanen waren beïnvloed


      door wat zij op de slagvelden in Frankrijk en België hadden


      gezien. Zij namen het idee van de gestreepte das als kenteken


      van een officier en heer mee naar hun eigen land.


      Na alle omzwervingen was het beeld ervan wel wat veranderd.


      Waar de strepen van de Engelse das diagonaal van linksboven


      naar rechtsonder liepen, liepen (en lopen) die van de


      Amerikaanse imitaties van rechtsboven naar linksonder.


 


      Robert Gieves van Gieves & Hawkes, hofleverancier voor zowel


      Prins Charles, de huidige Prins van Wales, als voor Prins


      Philip, de Hertog van Edinburgh, legt uit dat hiervoor twee


      belangrijke theorieën bestaan.


 


      "Het aardigste verhaal is dat van een Amerikaans heer die een


      das vanuit Engeland mee naar huis nam en daar zo tevreden mee


      was dat hij zijn kleermaker belde om hem te vragen er nog enkele


      bij te maken," zegt Gieves, wiens familie sinds de dagen van


      Napoleon marine‑uniformen en kleding voor allerlei prominenten


      maakt. "Hij stond voor de spiegel en beschreef de das nauwkeurig


      hij vergat daarbij alleen dat hij zijn spiegelbeeld beschreef


      en het resultaat was de Amerikaanse rechtsboven‑linksonder


      streepjesdas."


 


      Mijnheer Gieves geeft toe dat dit verhaal waarschijnlijk niet


      waar is. Hij gaat ervan uit dat de ware reden voor de Amerikaanse


      spiegelbeeld‑streepjesdas wat prozaïscher (eenvoudig) is.


      Europese dassenmakers sneden het materiaal met het patroon aan


      de bovenkant, terwijl de Amerikanen dit aan de achterkant


      deden," zegt hij. "Zo simpel ligt het waarschijnlijk."


 


      T.M. Lewin & Sons de Britse specialisten in regiments‑ club‑


      en schooldassen, hebben een nog eenvoudiger oplossing voor


      het raadsel. "Hoewel de meeste Britse regimentsstrepen van


      linksboven naar rechtsonder lopen en er maar een paar dassen


      zijn waarbij ze van rechtsboven naar linksonder lopen," zegt


      Paul Symons van deze firma, "kan het heel goed zijn dat de


      eerste das die gebruikt werd als patroon door de Amerikaanse


      dassenfabrikant, er een van het laatstgenoemde type was.


 


 


      Wie het weet mag het zeggen.


 


Cees Peeman

Secretaris DAITC

 

Uit: Tie‑Magazine 1e jaargang nummer 2 juni 1987.