Veel mannen beginnen de dag met een probleem. Welke stropdas
draag ik vandaag? Een das die mijn humeur past? (Dan komen we
misschien wel erg veel saaie, donkere dassen tegen.) Kleurt
hij bij mijn overhemd? Een streep, een stip, een brutaal
dessin? En welke knoop? Een dubbele windsor of een eenvoudige
four‑in‑hand?
Wat hebben dassenhaters het toch makkelijk!
De stropdas is het meest nutteloze en overbodige kledingstuk
dat de mode heeft voortgebracht. Toch
hangt zo'n ding dagelijks
om de nek van minstens 600 miljoen mannen. Wat bezielt ze?
Een das houdt de nek niet schoon of warm en helpt niet tegen
de regen. Als hij niet vastzit met een speld wappert hij in
de wind of hangt in de soep. En als enige onderdeel van de
mannekleding bestaan er voor de das geen verschillende maten.
Daardoor valt hij bij een reus te kort, de punt hoort immers
tot aan de taileband of de broekriem te reiken, en moet een
lilliputer de smalle staart in zijn broek frommelen.
Je kunt zelfs niet zeggen dat de das al duizenden jaren deel
uitmaakt van de menselijke cultuur. Het is waar dat in ver‑
schillende perioden van de geschiedenis mannen textiel om
hun hals hebben gedragen.
De soldaten van het stenen leger van keizer Shihuangdi
(259‑210 v.Chr.), dat in 1974 in China werd opgegraven, dragen
een halsdoek. En dat doen ook de soldaten die zijn uitgehouwen
op de Zuil van Trajanus in Rome (114 n.Chr.).
Romeinse geschiedschrijvers gaven aan die sjaal de functie van
zakdoek en servet en het is voorstelbaar dat zo'n doek ook van
pas kwam om een wond te verbinden.
Maar de rechte, smalle zelfbinder, waar een meerderheid van
de mannen zich graag mee tooit en een minderheid het nut niet
van inziet, is nauwelijks een eeuw oud. We hebben hem te danken
aan de Amerikanen, die de makkelijke eenvoud verkozen boven de
zwierige strikken en neusbedekkers van de negentiende eeuw.
Een paar jaar geleden kwamen onderzoekers van de Cornell‑
Universiteit in New York tot de
conclusie dat de druk van
boord en das de doorstroming van bloed naar de hersenen be‑
lemmert en daardoor de intellectuele vermogens beinvloedt.
De Amerikaanse organisatie van dassenfabrikanten reageerde
bits met de opmerking: "Wie zo dom is een das te strak te
knopen had waarschijnlijk altijd al moeite met denken."
Maar waarom knoopt een man die thuiskomt van zijn werk dan
meteen zijn das los? En is er een goede reden te bedenken
die mannen verplicht bij tropische temperaturen een das te
dragen? De mode schrijft dat voor? Okee, maar wie bepaalt wat mode
is?
Voorstanders van de das wijzen erop, vermoedelijk tegen beter
weten in, dat de das niet volstrekt nutteloos is.
Hij komt van pas bij huwelijken en begrafenissen en verschaft
je toegang tot bepaalde horecagelegenheden.
De das is ook een perfect cadeau: betrekkelijk goedkoop, on‑
persoonlijk, makkelijk verkrijgbaar en even gemakkelijk weg
te gooien als hij niet bevalt.
En om de nek van een moordenaar is hij een gruwelijk wapen.
Denk maar aan de dassenwurger uit de film Frenzy van Alfred
Hitchcock.
Niet voor niets moet een arrestant zijn schoenveters, broek‑
riem en das inleveren alvorens hij de cel in gaat, al moet
gezegd worden dat een inbreker met een stropdas net zo zeld‑
zaam is als een schaap met vijf poten.
Hoewel, een crimineel van enig niveau zorgt natuurlijk wel
dat hij er uitziet als een sales manager wat hij in veel ge‑
vallen ook is.
En de Amerikaan John Molloy, kledingadviseur voor bedrijven en
instellingen en schrijver van het boek Dress for Succes, heeft
voor advocaten de volgende tip:
"Wanneer uw client ondervraagd zal worden door de officier van
justitie zorgt dan dat hij een heel donker pak draagt, een
spierwit overhemd en een rode das met een ingewikkeld maar
toch elegant dessin.
En stop een vuurrode pochet in zijn borstzak. Die combinatie
maakt het voor de juryleden heel moeilijk naar hem te blijven
kijken en hoe minder ze kijken hoe minder ze zullen onthouden
van wat hij zegt."
Cees Peeman
Secretaris DAITC